Blijf benieuwd!
Op de hoogte blijven van ons steeds vernieuwende aanbod?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief!
Mark Rothko wilde extase en tragiek vangen in verf. Zijn monumentale kleurvlakken lijken te vibreren en kunnen je als toeschouwer volledig omarmen.
Wassily Kandinsky wilde schilderen wat je niet kunt zien en zocht daarvoor aansluiting bij muziek. Daarmee zette hij een van de eerste stappen richting de abstracte kunst.
Kees van Dongen schilderde met felle kleuren en een scherp oog voor de mensen om hem heen. Hij bewoog van het armoedige Montmartre naar de Parijse society die hij vervolgens portretteerde.
Ron Mueck maakt mensfiguren die kloppen tot aan de haartjes op de huid, alleen veel te groot of veel te klein. Dat maakt zijn werk ongemakkelijk en aangrijpend tegelijk.
Georgia O'Keeffe vergrootte bloemen uit tot ze bijna abstract werden en legde het landschap van New Mexico vast. Ze zocht voortdurend de grens op tussen abstractie en figuratie.
Jackson Pollock liep rond zijn doek en liet de verf druipen, spatten en vloeien. Achter die explosieve schilderijen ging een kwetsbare man met een bewogen leven schuil.
Pablo Picasso veranderde niet alleen hoe kunstenaars naar de wereld keken, maar ook hoe wij kunst beoordelen. Van de blauwe periode tot het kubisme: een avant-gardist pur sang.
Lee Krasner en haar generatiegenoten stonden middenin de New Yorkse avant-garde, maar de roem ging naar de mannen om hen heen. Dit college zet hun werk en hun ambitie centraal.
Keith Haring begon in de metro van New York en ontwikkelde een beeldtaal die iedereen meteen herkent. Achter die dansende figuren gaan aids, racisme en verslaving schuil.
Voor Henri Matisse was kleur geen versiering maar de kern van het schilderij. Toen zijn gezondheid het schilderen niet meer toeliet ging hij verder met de schaar.
Salvador Dalí schilderde droombeelden met de precisie van een oude meester. In het regisseren van zijn eigen imago was hij minstens zo bedreven.