Zakelijk

Wachtwoord vergeten

U krijgt een mail met instructies voor wijzigen van het wachtwoord.
Winkelwagen

De ansichtkaart van Henri Matisse

Maurice Rummens (wetenschappelijk medewerker bij het Stedelijk Museum) over Matisse

Column

In 1925 stuurt Henri Matisse een ansichtkaart vanuit Amsterdam aan zijn vriend de schilder Pierre Bonnard. De Vrije Academie sprak daarover met Maurice Rummens, wetenschappelijk medewerker bij het Stedelijk Museum en medesamensteller van de tentoonstelling De oase van Matisse.

Wat deed Matisse in 1925 in Nederland?

Matisse bezocht in Amsterdam het Rijksmuseum om de Nederlandse schilderkunst van de 17de eeuw te bestuderen. De verstuurde ansichtkaart is afgebeeld in het boek Bonnard Matisse correspondance 1925-1946 uit 1991. Ik weet niet of iemand deze Nederlandse connectie met Matisse ooit heeft gezien. In ieder geval had nog niemand er iets mee gedaan.

Wat was het doel van de reis?

Matisse wilde met deze reis in de eerste plaats zijn oudste zoon Jean een stoomcursus Nederlandse schilderkunst van de 17de eeuw geven. Jean wilde schilder worden en had net als zijn vader op die leeftijd grote belangstelling voor de Hollandse meesters. Tegelijkertijd was dit voor Matisse zelf een goede gelegenheid om die schilderkunst op grotere schaal dan tevoren te bestuderen. Hij kende die kunst voornamelijk uit het Louvre. In Nederland bezochten beide reisgenoten niet alleen Amsterdam, maar ook Rotterdam, Den Haag en Haarlem. Voor zover ik weet, was dit het enige bezoek van Matisse aan Nederland.

Hoe hebben de Hollandse meesters het werk van Matisse beïnvloed?

Matisse heeft in 1893 en 1894 vrije kopieën gemaakt naar een stilleven van Jan Davidsz. de Heem en een zeegezicht van Jacob Isaakz. van Ruisdael. In 1915 maakte hij aan de hand van zijn versie uit 1894 van het zeegezicht een nog vrijere variant op dit schilderij. Dat zijn de meest direct aantoonbare invloeden. De periode na medio augustus 1925, de tijd dat Matisse in Nederland was, ging hij verder met wat hij noemde de ‘schilderkunst van de intimiteit’. Daarmee bedoelde hij de rijk gedecoreerde interieurs met odalisken (oosterse haremvrouwen), en andere rustende of musicerende vrouwen. Ten opzichte van de meer experimentele, abstraherende werken uit de jaren daarvoor, zoals Gezicht op de Notre Dame uit 1914, geeft Matisse in de jaren twintig een meer realistische suggestie van de werkelijkheid. In zijn aandacht voor het licht (hij maakte veel interieurs met open ramen waardoor het licht naar binnen straalde) en een voor zijn gevoel werkelijkheidsgetrouwe weergave van allerlei interieurelementen en decoratieve motieven, weerspiegelen zich ongetwijfeld indrukken van de 17de-eeuwse Nederlandse schilderkunst die hij in Nederland had gezien.